Crypto gokken en regelgeving in Nederland: de rol van KSA, AFM en DAC8
In mijn inbox krijg ik bijna wekelijks dezelfde vraag, soms met een screenshot erbij, soms alleen een adres van een wallet. “Ik speel al een jaar bij een crypto-casino vanuit Amsterdam, mag dat nou wel of niet?” Het antwoord is zelden het korte “ja” of “nee” dat de vraagsteller hoopt. Het zit verwikkeld in drie wetgevende lagen die elkaar raken zonder volledig op elkaar aan te sluiten: de Wet Kansspelen op afstand, de Europese MiCA-verordening en de DAC8-richtlijn die op 1 januari 2026 operationeel is geworden.
Voor de context: van de ruim 1,2 miljard euro brutospelresultaat in de Nederlandse online gokmarkt is in 2026 precies de helft weggelekt naar illegale aanbieders — spelers hebben 617 miljoen euro uitgegeven bij kanalen zonder KSA-vergunning, tegenover 600 miljoen bij vergunde operators. Een deel van die buitenlandse omzet loopt via crypto-platforms. KSA-voorzitter Michel Groothuizen formuleerde het tijdens de Sustainable Gambling Conference scherp: “Hoe hoger we de belastingen maken, hoe strenger we onze regelgeving maken, hoe moeilijker we het maken voor de licentiehouders. De winnaar? Dat is de zwarte markt.” In dit artikel leg ik uit hoe KSA, AFM en de DAC8-gegevensstroom zich tot elkaar verhouden, en wat dat betekent voor de Nederlandse speler die met bitcoin of een stablecoin wil inzetten. Voor de bredere oriëntatie op het onderwerp verwijs ik naar mijn volledige gids over wedden met crypto in Nederland.
De Wet KOA en waar online gokken precies begint
Op 1 april 2021 opende Nederland zijn legale online kansspelmarkt. De Wet Kansspelen op afstand — intern gewoon Wet KOA — doorbrak op dat moment decennia van restrictief Nederlands gokbeleid. Voor die datum was álles online kansspel formeel verboden, en iedereen die op TOTO had gegokt vanuit huis zat technisch gezien in hetzelfde schuitje als iemand die via een Russische roulettewebsite zijn salaris verloor. Na invoering werd er onderscheid gemaakt tussen een vergunningenhuis met streng toezicht aan de ene kant, en de rest van de wereld aan de andere kant.
De wet definieert kansspelen op afstand als spellen waarbij de speler deelneemt zonder fysieke aanwezigheid — via internet dus, of via een app op een telefoon. Binnen die definitie vallen sportweddenschappen, casinospellen tegen het huis (roulette, blackjack, slots), en bingoachtige varianten. Pokervarianten zoals cashgames en toernooien tegen andere spelers vallen onder een aparte productcategorie maar onder hetzelfde vergunningsregime.
Wat de wet cruciaal maakt voor deze discussie: een aanbieder die vanuit buiten Nederland Nederlandse consumenten bereikt, heeft ook een vergunning nodig. De KSA hanteert daarvoor de prioriteringscriteria die eruit zien als een checklist: website in het Nederlands, reclame gericht op Nederlandse spelers, .nl-domein, betaalmethoden die hier gangbaar zijn zoals iDEAL. Een crypto-casino dat een Nederlandse landingspagina toont, een bonus “voor Nederlandse spelers” aanbiedt of Nederlandse influencers inzet, kruist per definitie de grens die de KSA trekt.
Er is nog een dimensie. De landgebonden speellimieten die op 1 oktober 2026 ingingen — 700 euro per maand voor volwassenen en 300 euro voor jongvolwassenen — hebben het profiel van de vergunde markt verscherpt. Het aandeel accounts met meer dan 1.000 euro verlies per maand zakte van 4 procent naar 1,2 procent. Een gezond resultaat voor de volksgezondheid, zonder meer. Maar datzelfde effect heeft een onderstroom: spelers die méér willen inzetten dan de limiet toelaat, zoeken kanalen waar géén limiet staat. En dat is precies het deel van de markt waar crypto-aanbod floreert.
Wat de wet níet doet — en dit is waar veel verwarring ontstaat — is het plaatsen van een weddenschap bij een buitenlandse aanbieder strafbaar maken voor de Nederlandse speler zelf. De overtreding ligt bij de aanbieder die zonder vergunning opereert, niet bij de consument die daar een account opent. Dat ontslaat de speler niet van alle verplichtingen, maar daarover verderop meer.
Wat de Kansspelautoriteit wel en niet kan
Er is een hardnekkig misverstand dat de KSA een soort digitale schildwacht is die illegale websites met één druk op de knop offline kan halen. Wie ooit heeft geprobeerd een Curaçaose registrar in beweging te krijgen over een geregistreerd domein weet beter. De Kansspelautoriteit is een Nederlandse bestuursrechtelijke toezichthouder, geen internationale handhavingsdienst, en haar gereedschap past in die rol.
Het primaire instrument is de bestuurlijke boete. Op papier kan de KSA boetes opleggen tot 10 procent van de jaaromzet van de overtreder. De praktijk toont dat zelfs dat maximum soms beperkend werkt: bij de Novatech-zaak — waar ik zo uitgebreid op inga — zei Groothuizen dat zonder het plafond van 10 procent de boete op meer dan 100 miljoen euro was uitgekomen. Dat geeft aan hoe groot de omzet van grensoverschrijdende operators richting Nederland werkelijk is.
Naast de boete heeft de toezichthouder een handvol andere middelen. Last onder dwangsom, waarbij de aanbieder per dag dat hij blijft overtreden een geldsom verbeurt. Cease-and-desist-brieven aan platforms en betaalproviders. Samenwerking met banken om betalingsstromen richting herkende illegale operators te blokkeren. Afspraken met Google en Meta om advertenties te beperken. Dat zijn geen tovermiddelen, maar het drukt de omzet van overtreders wel.
Het echte probleem is het bereik. Een crypto-casino geregistreerd op Curaçao, met servers in Antigua en een eigenaar die fysiek in Australië zit, is voor een Nederlandse toezichthouder onmogelijk direct te ontmantelen. De KSA kan wel de Nederlandse toegang beperken, adverteren verbieden en betaalstromen afknijpen. Ze kan niet het platform laten sluiten. In Q1 2026 daalde het brutospelresultaat van legale Nederlandse operators naar 291 miljoen euro — het laagste niveau sinds Q3 2022, grotendeels een bedoeld effect van de nieuwe verantwoordelijkheidsregels. Precies in die periode zag men ook een groeiende push richting illegale kanalen, en de KSA weet dit.
De beperkingen gaan verder dan internationale jurisdictie. De KSA heeft geen opsporingsbevoegdheid in strafrechtelijke zin. Zij kan geen invallen doen, geen computers in beslag nemen, geen verdachten horen. Voor strafrechtelijke vervolging van bijvoorbeeld witwaspraktijken via een crypto-casino is het Openbaar Ministerie aan zet, soms met hulp van de FIOD. Die samenwerking is er, maar ze is traag en prioriteitenafhankelijk.
Wat de KSA wél sterk heeft ontwikkeld is haar detectie-infrastructuur. Monitoring van advertenties, van affiliate-netwerken, van sponsorovereenkomsten in de sport. Toen Stake.com als sponsor opdook bij de Grand Prix van Zandvoort, werd dat razendsnel opgemerkt en aangepakt. Hoe het wordt afgedaan — via dwangsommen of via afspraken — varieert per casus, maar de reactiesnelheid is de afgelopen drie jaar duidelijk toegenomen.
Waarom crypto-gokken structureel buiten het vergunningsstelsel valt
De meest gestelde vraag op dit dossier is eigenlijk een verkapt verwijt. Waarom geeft de Kansspelautoriteit geen enkele crypto-casino een vergunning af? Alleen al omdat er miljarden omgaan, zou je denken dat toezicht via een Nederlands licentiekader voor alle partijen beter is. Het antwoord ligt niet bij gebrek aan wil; het ligt bij onverenigbare ontwerpprincipes tussen de Wet KOA en het operationele model van een crypto-platform.
Het vergunningsstelsel eist een identificatiestandaard die gewoonweg botst met de essentie van een anoniem of pseudoniem betalingsmiddel. Elke vergunninghouder moet bij inschrijving van een speler een volledige identificatieprocedure uitvoeren, met BSN-controle en koppeling aan een Nederlandse bankrekening. Daarna moet elke transactie — storting én uitbetaling — traceerbaar zijn tot de geïdentificeerde persoon. Een crypto-casino dat een storting ontvangt van een random hot wallet kan onmogelijk achteraf met zekerheid vaststellen wie de feitelijke eigenaar van die wallet was op het moment van transfer.
Daarnaast eist de Wet KOA aansluiting op het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen — Cruks. Iedereen die zich heeft laten uitsluiten, moet ongeacht de aanbieder geweigerd worden. Cruks werkt op basis van BSN-verificatie, wat in een pseudonieme crypto-omgeving praktisch niet afdwingbaar is zonder eerst de hele anonimiteit op te heffen. Een crypto-casino dat volledig KYC zou toepassen, zou geen crypto-casino meer zijn in de oorspronkelijke betekenis, maar een online casino dat toevallig betaling in crypto accepteert — een fundamenteel andere productcategorie.
Er is ook de Wwft-kwestie. Nederlandse vergunninghouders moeten ongebruikelijke transacties melden bij de FIU-Nederland. Dat vereist een zicht op de herkomst van ingelegde middelen dat in de on-chain wereld niet eenvoudig te verkrijgen is. Tot hier worstelen ook grote centrale exchanges met de Travel Rule en de herkomstverklaring van middelen — dat probleem vermenigvuldigt zich binnen een gokcontext waar stortingen vaak klein en frequent zijn.
Tot slot speelt de koersvolatiliteit. Een vergunninghouder moet op elk moment kunnen aantonen dat hij over voldoende liquide middelen beschikt om openstaande spelertegoeden uit te keren. Een wallet van tien bitcoin kan vandaag vier ton waard zijn en over een maand zes ton — of drie. Nederlandse prudentiële regels gaan uit van euro-denominated balansen die op elk moment verifieerbaar zijn. Een vergund crypto-casino zou die regels op een manier moeten vertalen die in de praktijk neerkomt op een verplichte hedging-strategie, met bijbehorende kosten.
Het gevolg: de Wet KOA laat ruimte voor crypto als betaalmethode — in theorie zou een vergunninghouder morgen bitcoin kunnen accepteren, mits de identificatie correct is en de middelen direct naar euro worden geconverteerd — maar niet voor crypto als anoniem kansspel-ecosysteem. Geen enkele Nederlandse vergunninghouder biedt op dit moment crypto-storting aan als optie, en de operationele hoofdpijn is een grotere reden dan de reguleringsdruk.
De Novatech-zaak: wat 24,8 miljoen euro werkelijk zegt
In maart 2026 viel de hamer. De Kansspelautoriteit legde Novatech Solutions — exploitant van de platforms Qbet en 55Bet — een boete op van 24.846.000 euro. Het is de hoogste boete ooit opgelegd aan een illegale aanbieder in Nederland. De motivering was drieledig: aanbod zonder vergunning, onvoldoende bescherming van spelers, en — voor dit artikel het meest relevante — het accepteren van betalingen in cryptovaluta. Groothuizen gaf achteraf toe dat de sanctie door een plafond werd beperkt: “Een boete van 24 miljoen klinkt indrukwekkend, maar zonder het maximum van 10 procent was de boete uitgekomen op meer dan 100 miljoen euro; een bedrag dat beter zou passen bij deze overtreding.”
Die opmerking is minder ceremonieel dan hij klinkt. Hij rekent impliciet terug naar een jaaromzet richting Nederlandse spelers die noch Novatech noch de KSA tot op de euro heeft gepubliceerd, maar die uit de “meer dan 100 miljoen”-zin volgt op meer dan 1 miljard. Eén operator, richting één markt, uit een niet-gereguleerd circuit. Dat trekt de verhoudingen scheef van wat Nederlandse spelers bij legale aanbieders omzetten.
De tweede laag van de zaak: de KSA maakte expliciet dat het cryptobetaalkanaal als verzwarende omstandigheid werd meegewogen. Niet omdat crypto per se verboden is als betaalmiddel in Nederland, maar omdat in combinatie met een gokaanbod zónder KYC, zonder Cruks en zonder zorgplicht, crypto-betaling het risico op witwassen en ongecontroleerd spel concreet vergroot. Dat is een handhavingslijn die in de jaren daarvoor impliciet bestond maar nu helder is uitgeschreven.
Wat Novatech betekent voor toekomstige zaken: de KSA heeft een precedent dat zij kan en wil aanwenden om crypto-accepterende platforms bij hun keel te pakken, zonder eerst nog een nieuwe jurisprudentie op te bouwen. Andere operators hebben dit ook begrepen — meerdere hebben in 2026 zichtbaar hun Nederlandse landingspagina’s en Nederlandse bonusactiewoorden stilletjes verwijderd, in de hoop onder de radar te blijven. Of dat werkt, zal blijken.
De AFM, MiCA en het nieuwe toezicht op crypto-dienstverleners
Stel je iets voor dat gelijkt op een lege vergaderzaal op oudejaarsavond. Dat was het AFM-kantoor op 30 december 2026, of zo stelde ik het me voor toen ik las dat de eerste vier CASP-vergunningen diezelfde dag werden uitgereikt. MiCA — de Markets in Crypto-Assets-verordening — trad die dag volledig in werking, en de AFM deelde per direct vergunningen uit aan MoonPay, BitStaete, ZBD en Hidden Road. Het was geen stille voorbereiding. Het was een publiek signaal dat Nederland zich positioneerde als serieus MiCA-land.
MiCA is geen gokwet, en dat is precies waarom ze voor dit artikel belangrijk is. Het is een Europees kader voor de uitgifte en dienstverlening rond crypto-activa: de tokens zelf, de stablecoins, de bewaardiensten, de brokers, de handelsplatformen. Het reguleert wie crypto-diensten mag aanbieden aan EU-consumenten en onder welke prudentiële, operationele en gedragsregels. De vergunning voor een crypto-asset service provider — de CASP — is het centrale puzzelstuk.
Voor Nederlandse spelers die met crypto willen wedden, zijn er twee raakvlakken. Ten eerste: de route waarlangs zij crypto aanschaffen. Koop je je ETH bij een Nederlandse aanbieder die inmiddels CASP-geregistreerd is, dan weet je zeker dat die partij onder AFM-toezicht staat, met heldere regels over informatieverschaffing, bewaring en klachtbehandeling. Ten tweede: MiCA behandelt ook stablecoins — specifiek de EMT, de e-money token — waarvan USDC en een reeks euro-stablecoins voorbeelden zijn. Uitgevers van EMT’s moeten aan strikte reserve-eisen voldoen om toegang te houden tot de EU-markt.
De sancties onder MiCA zijn niet gering. De AFM kan administratieve sancties opleggen tot 5 miljoen euro of 10 procent van de jaaromzet van de overtreder, en daaromheen nog bevelsmaatregelen en registratiebeperkingen. De transitieperiode voor bestaande VASP’s in Nederland eindigde op 30 juni 2026 — aanbieders die daarna nog zonder CASP-status actief waren bij Nederlandse klanten, opereerden per direct in overtreding.
Waar MiCA niet over gaat, is gokken. Een crypto-casino valt niet onder MiCA. Dat is geen lacune; dat is bewust. Kansspelen zijn in de EU een nationale bevoegdheid, en MiCA respecteert die grens expliciet. Dus ook al krijgt morgenvroeg een aanbieder een CASP-vergunning voor zijn custodian-dienst, dan is hij daarmee nog steeds niet gerechtigd een gokplatform te exploiteren richting Nederlandse spelers. De AFM en de KSA zitten in gescheiden regulerende silo’s, en een speler die een crypto-casino gebruikt, is niet beschermd door MiCA tegen de gebreken van dat casino.
De eerste Nederlandse CASP-licenties op een rij
De vier dag-één-licenties zeggen iets over hoe de AFM wilde beginnen. MoonPay, met hoofdkantoor in Dublin, is een fiat-on-ramp die bij veel crypto-platforms de eerste stap vormt — iemand koopt daar met creditcard of bankoverschrijving crypto om elders te gebruiken. De CEO Ivan Soto-Wright noemde Nederland “collaborative” en positioneerde MoonPay bewust als early mover.
BitStaete is een Nederlandse onderneming gericht op stablecoin-payments. ZBD richt zich op Bitcoin Lightning-betalingen, vooral binnen de gaming-industrie in de niet-gok-betekenis. Hidden Road is een broker-dealer die zich richt op institutionele klanten. De gemeenschappelijke noemer: geen enkele van de vier verleent gokgerelateerde diensten. Dat is precies in lijn met het mandaat van de AFM.
Sinds 1 januari 2026 is het aantal Nederlandse CASP-vergunningen gestaag uitgebreid, met onder andere Bitvavo — de grootste Nederlandse aanbieder — in een latere ronde. Mark Nuvelstijn van Bitvavo heeft publiekelijk bepleit dat de handhaving van MiCAR “consistent” moet zijn in alle lidstaten, omdat een level playing field cruciaal is voor de sector. Die boodschap resoneert ook in het toezichtsdebat rond crypto-gokken: voor elke lidstaat die strenger handhaaft, is er een andere die dat minder doet, en spelers weten die verschillen te vinden.
DAC8 en de automatische gegevensuitwisseling vanaf 2026
Een lezer vroeg me onlangs of hij “stilletjes” kon blijven spelen zolang hij zijn wallet maar niet aan een Nederlandse exchange koppelde. Ik heb hem doorverwezen naar de letter van de wet, en de letter is sinds 1 januari 2026 aanzienlijk minder vriendelijk voor stiltemanoeuvres dan daarvoor. DAC8 is de achtste uitbreiding van de Europese Directive on Administrative Cooperation, en zij richt zich specifiek op crypto-activa. Het operationele zusje van DAC8 heet CARF — het Crypto-Asset Reporting Framework van de OESO — en de twee samen vormen de nieuwe gegevensstroom tussen crypto-aanbieders en belastingdiensten.
Wat is er vanaf januari 2026 concreet veranderd? Crypto-dienstverleners die actief zijn in Nederland zijn verplicht om identiteitsgegevens én transactiegegevens van klanten te verzamelen en door te geven aan de Belastingdienst. Daaronder vallen naam, adres, belastingidentificatienummer, en voor elke relevante transactie de soort, het volume en de euro-waarde. De Belastingdienst wisselt deze gegevens vervolgens automatisch uit met andere EU-lidstaten — en via CARF ook met de OESO-landen die meedoen, een groep die inmiddels ruim zestig staten omvat.
Staatssecretaris Fiscaliteit Tjibbe van Oostenbruggen formuleerde bij de aankondiging het politieke doel ondubbelzinnig: wie veel verdient met crypto moet daar in Nederland belasting over betalen, en dit wetsvoorstel maakt dat transacties “meer in beeld komen bij de Belastingdienst waardoor het ontlopen van belasting beter aangepakt kan worden.” De boodschap is niet dat iedereen met een wallet ineens verdacht is. De boodschap is dat het regime van vrijblijvende zelf-aangifte zijn vrijblijvendheid kwijt is.
Overtreding van de DAC8-rapportageplicht door een crypto-dienstverlener kan leiden tot bestuurlijke boetes tot 1.030.000 euro. Dat is serieus genoeg om ook niet-EU-aanbieders die Nederlandse gebruikers bedienen, aan het denken te zetten — zeker als hun infrastructuur deels op EU-grondgebied draait. Voor de speler betekent het dat de historische transparantie van on-chain data, die tot nu toe vooral theoretisch was, praktisch wordt: de Belastingdienst kan via DAC8-feeds grotere patronen zien dan alleen individuele aangiftes, en blinde vlekken in iemands crypto-geschiedenis worden moeilijker om onder het tapijt te houden.
Voor specifieke belastingvragen over crypto-gokken — hoe te declareren, welke box, welke waarde op welk moment — raad ik lezers aan het dossier over belasting en crypto-gokken in Nederland door te nemen. Daar staat de praktische uitwerking.
De grijze zone waarin Nederlandse spelers verkeren
Hier wordt het juridisch kronkeliger dan veel lezers verwachten, en eerlijk gezegd kronkeliger dan ikzelf het als eerste zou schetsen op een verjaardag. De positie van de speler in het Nederlandse stelsel is niet symmetrisch aan die van de aanbieder. Een operator zonder vergunning begaat een bestuursrechtelijke overtreding. Een speler die bij die operator inzet, doet dat niet — althans niet op basis van dezelfde normbron.
Volgens berekeningen van de Nederlandse Loterij, gevalideerd door EY, spelen ongeveer 200.000 Nederlanders actief op illegale online platforms. Dat getal omvat veel meer dan alleen crypto-casino’s — ook reguliere offshore sportsbooks en casino’s — maar het laat zien dat de grijze markt massaal is. Arjan Blok, CEO van de Nederlandse Loterij, zei daarover expliciet dat die spelers “zonder enige bescherming” spelen. Dat is het feitelijke deel; het normatieve is ingewikkelder.
De speler wordt op drie manieren geraakt. Ten eerste civielrechtelijk: contracten met niet-vergunde aanbieders zijn in Nederland vatbaar voor nietigheid of vernietigbaarheid, wat betekent dat een rechter kan beslissen dat de speler het ingelegde bedrag terug moet krijgen — er is Nederlandse jurisprudentie in die richting — maar het uitvoeren van zo’n uitspraak tegen een aanbieder zonder Nederlandse vestiging is een juridisch avontuur op zich. Ten tweede fiscaal: winst is in principe belastbaar, ook zonder vergunning, en voor spellen bij niet-vergunde aanbieders moet de speler zelf kansspelbelasting aangeven. Met het huidige tarief van 34,2 procent — stijgend naar 37,8 procent per 1 januari 2026 — wordt die verplichting een serieuze.
Ten derde, en minder vaak genoemd: de witwasdimensie. Als een crypto-casino zelf verdacht wordt van witwaspraktijken, kan dat betekenen dat uitbetalingen naar een speler retrospectief het onderwerp van een onderzoek worden. Niet omdat de speler verdacht is, maar omdat de stroom waaruit zij komen potentieel is besmet. Ik heb dat in de praktijk zien gebeuren: een bankrekening tijdelijk bevroren door een compliancemedewerker, terwijl de speler niets kwalijks had gedaan.
Wat de speler in deze grijze zone het meest mist, is de zorgplicht-infrastructuur. Geen Cruks, geen verplichte speellimieten, geen interventieprotocollen bij risicovol speelgedrag. Voor een volwassene die precies weet wat hij doet en die zijn eigen grenzen bewaakt, is dat verlies van vangnet een theoretisch probleem. Voor een speler die onderweg is richting problematisch gokgedrag, is het een concreet gevaar. Dat is de reden dat ik het thema verantwoord spelen altijd apart behandel: de signalen en hulpbronnen horen niet verstopt in een regelgevingsgids.
Wat mag een affiliate of influencer rond crypto-gokken
In januari van dit jaar werd een Nederlandse streamer door de KSA gevraagd om een live-sessie op Twitch stop te zetten. Hij speelde blackjack op een Curaçao-gevestigd crypto-platform, met een banner van datzelfde platform onder zijn videofeed. Binnen twee uur was de stream offline, de banner weg, en zijn account op het platform gesloten. Dat is geen geïsoleerde anekdote: het is inmiddels patroon. Voorzitter Groothuizen zei in februari dat er “een overload aan illegale advertenties” is, volgens zijn inschatting een factor vijftig groter dan wat legale partijen op die markt doen.
De juridische positie van een affiliate of influencer die crypto-gokken promoot richting Nederlandse publiek, is in de kern eenvoudig. Wie reclame maakt voor een niet-vergunde kansspelaanbieder overtreedt de Wet KOA en kan door de KSA worden beboet. Het feit dat de aanbieder zelf buiten Nederland zit, maakt niet uit — de overtreding zit in de promotiehandeling op Nederlands grondgebied, of naar Nederlandse kijkers toe. Het maakt ook niet uit of de affiliate een commissie ontvangt per werving, een flat fee voor een stream, of een pakket gratis inzetten: elk financieel of in-natura-belang koppelt hem als adverteerder aan de aanbieder.
Platforms spelen een rol in het uitbreiden van de handhaving. Google en Meta hebben in overleg met de KSA hun advertentierichtlijnen aangescherpt. YouTube en Twitch hebben eigen beleidslagen die gokgerelateerde content met linken naar niet-vergunde operators inperken. In de praktijk betekent dit dat een Nederlandse content creator die op TikTok of YouTube een crypto-casino aanprijst, twee risicolagen heeft: bestuurlijke sanctie van de KSA én de-platforming door de dienst zelf.
Een discussie die in dit dossier regelmatig terugkomt is die over de-minimis-grens. Wanneer is een vermelding nog redactioneel en wanneer is hij commercieel? De KSA hanteert een brede definitie. Een recensie van een platform met een affiliate-link is reclame. Een vermelding “speel hier” zonder betaalde relatie is geen reclame in strikte zin, maar kan wel bevorderen van deelname zijn — en dat is eveneens beboetbaar onder de Wet KOA. Het onderscheid is in de praktijk dun.
Groothuizen heeft zich ook sceptisch uitgelaten over de effectiviteit van een totaalverbod op gokreclame, niet omdat hij er tegen is, maar omdat zelfs een volledig verbod voor vergunninghouders geen oplossing biedt tegen het illegale aanbod. Dat is niet defaitisme; het is een realistische inschatting van wat bestuursrecht in grensoverschrijdende context kan bereiken. Voor een Nederlandse content creator is de les prozaïsch: alles wat lijkt op promotie van een crypto-casino richting Nederlands publiek is juridisch riskant, en de reikwijdte van de KSA reikt verder dan veel makers denken.
